Posts tonen met het label Isa Winter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Isa Winter. Alle posts tonen

maandag 13 april 2020

Isa Winter - Laatste deel


Waarom in mijn tuin?


De politie en de hulpdiensten waren snel ter plaatse. Ze gaven Lisette de eerste zorgen en reden daarna met haar naar het ziekenhuis. Even later verscheen ook inspecteur Bastiaens. Hij was een beetje boos op Isa en Trude. Hoe konden ze nu toch zo dom zijn om op hun eentje op zoek te gaan? Maar Isa had het standje afgewimpeld. Louis zat in de gevangenis, waar zat het gevaar?
‘Dat zal ik je morgen vertellen, nadat we Lisette ondervraagd hebben en haar man geconfronteerd hebben met de feiten.’

En zo kwam het dat de volgende dag rond vier uur de bel ging. Isa en Trude hadden heel de middag gewacht op Bastiaens en hadden het al bijna opgegeven, toen hij in het deurgat verscheen, samen met een jonge inspecteur. Isa bracht de twee naar de woonkamer en gebaarde naar Trude om voor koffie te zorgen.
Toen de koffie gebracht was, stak inspecteur Bastiaens van wal. ‘Ik veronderstel dat jullie ondertussen op hete kolen zitten?’ Isa keek hem streng aan.
‘Laat ik jullie eerst voorstellen aan inspecteur Julie Campenaerts. Zij werkt in de politiezone waar jullie Lisette gevonden hebben. Ze is al voor een deel op de hoogte, maar in plaats van mijn verhaal twee keer te doen heb ik haar meegebracht zodat ze ook jullie kant van het verhaal kan horen.’
De beide vriendinnen gingen er goed voor zitten. Dit was de ontknoping van een paar spannende dagen.
‘Louis was een wolf in schaapskleren. En hij was er zo goed in dat zijn vrouw nooit iets door had. Hij was een gokker en had veel schulden gemaakt. Maar de winkel en de rekeningen stonden op naam van zijn vrouw, iets waar haar vader op gestaan had toen ze de krantenwinkel kocht. Op een dag werd hij benaderd door een man die beweerde dat hij hem kon helpen. Al wat hij moest doen was ervoor zorgen dat hij tussen zes en zeven altijd in de winkel stond. Elke week zou hij een pakje ontvangen. In dat pakje zaten zakjes en wanneer een klant het wachtwoord gaf moest hij zo’n pakje tussen de krant of het tijdschrift steken dat ze kochten. Lisette dacht dat Louis gewoon attent was om op de winkel te letten terwijl zij zorgde voor het avondeten en heeft er nooit iets achter gezocht.’
‘Dus Louis was een drugsdealer en gebruikte de krantenwinkel om zijn spul te verkopen?’ Isa dronk bedachtzaam van haar kopje koffie.
‘In het begin was het gewoon een beetje klein spul. Weet je nog toen ik je zei dat we iets gevonden hadden maar dat het behoorde tot het geheim van het onderzoek?’
Isa knikte. ‘Wel, op de toonbank troffen we een beetje van het witte poeder aan. Een kleine test toonde aan dat het om cocaine ging. Het feit dat we het op de toonbank aantroffen kon twee redenen hebben. Ofwel gebruikte hij stiekum zelf van het spul, of hij verdeelde het ook in zakjes. Het bleek uiteindelijk het tweede te zijn. Zijn caravan werd een dead drop voor drugshandel. De groothandelaars hadden een sleutel en dropten daar het spul. Louis haalde het later op en verdeelde het dan in verbruikseenheden.’
Trude was nu ook mee. ‘Dus toen Lisette dat zakje vond wilde ze eigenlijk drugs weggooien.’
‘Inderdaad, en dat kon hij niet laten gebeuren want de prijs van dat zakje ging van zijn deel af. En hij wist ook niet hoeveel Lisette wist van drugshandel en of ze iets vermoedde. Hoe dan ook, hij kon het niet riskeren dat ze de winkel verkocht want dan kon jij geen drugs meer verkopen. En daarom was hij zo gekant tegen Lisette’s plan om te gaan rentenieren.’
‘En toen Fred langs kwam om Lisette’s beleggingen te bespreken is Louis beginnen te flippen. Hij heeft Lisette laten vastbinden en heeft waarschijnlijk Fred later doodgeschoten. Maar waar heeft hij dat dan gedaan? In de winkel en in het appartement hebben jullie geen bloed gevonden?’
Bastiaens knikte. ‘Hij heeft hem in zijn wagen vermoord. Zijn plan was om met Fred naar de caravan te rijden en hem daar te vermoorden en in de visvijver te gooien. Als hij daar lang genoeg in lag zou hij onherkenbaar zijn omdat vissen dol zijn op lijken.’
‘Bweik!’ Trude griezelde bij de gedachte.
‘Maar toen ze in Fred’s auto zaten, begon die tegen te sputteren, hij deed een uitval naar Louis en die schoot hem een kogel in het hoofd. Hij beweert dat het zelfverdediging was, maar ik denk dat de rechter daar anders over zal oordelen.’
‘Dus jullie hebben Fred’s auto gevonden?’
‘Inderdaad, die stond een paar straten verder geparkeerd. Die werd gisteren gemeld bij de verkeerspolitie.’
‘Hoe gaat het nu met Lisette?’ Trude had medelijden met de vrouw. Ze kende haar niet zo heel goed maar wat zij had meegemaakt moest zeker littekens achter laten.
‘Lisette mag vandaag het ziekenhuis verlaten. Ze was uitgedroogd en had schaafwonden. Het zal nog wel een tijdje duren voor ze weer in staat is om haar winkel te openen. Als ze dat nog van plan is. Met Louis uit de weg kan ze nu haar zin doen.’
Isa zat peinzend voor zich uit te kijken. ‘Er zijn toch nog altijd een aantal dingen die mij dwars zitten. Eén ervan al sinds die eerste dag. Iemand heeft iets tegen mij gezegd en ik weet niet meer wie of wat. En ik ben er zeker van dat het betrekking heeft op de zaak.’
‘Ach ja’ zei Trude. ‘Het was een hele schok voor je om een man tussen je bloemen te vinden, maar het is toch een troost te weten dat hij niet voor je deur doodgeschoten is.’ Ze dronk het laatste restje koffie op.
‘Dat is het!’ Isa zette haar kopje met bevende handen weer op het schoteltje. ‘Ik weet het nu! Het was Louis’
Iedereen in de kamer keek naar Isa, die met de handen door haar grijze haren ging. ‘Oh mens toch, had ik het nu maar toen geweten dan had Lisette niet zo moeten afzien en dan was heel deze historie op de eerste dag al opgelost.’
‘Euh, als je nu eens zou vertellen wat er aan de hand is…’ Trude snapte er niks meer van.
‘Het was Louis die iets tegen me zei. Weet je nog dat ik in de namiddag de krant ben gaan halen en dat we even gepraat hebben?’ Trude knikte. ‘We hadden het erover dat mensen nogal eens kunnen overdrijven, dat sommigen zelfs dachten dat ik de man had doodgeschoten. En toen zij Louis: “Maar dat kan niet want hij was al dood.” Hoe wist hij dat? Hij kon dat niet weten tenzij hij ofwel de moord gezien heeft, ofwel zelf de moordenaar was!’
Inspecteur Bastiaens knikte. Hij was nog altijd onder de indruk van het pientere verstand van deze vrouw. Maar hij was het niet met haar eens dat ze het met die informatie op dag één al zouden hebben opgelost. ‘Wat hij zei was zeker niet genoeg om hem te arresteren, het zou hem hoogstens interessant gemaakt hebben maar met een goede uitleg zou hij er waarschijnlijk mee weggeraakt zijn.’
Isa had zo haar bedenkingen. Ze vervloekte haar trage geheugen. ‘En dan is er nog iets’ zei ze terwijl ze haar kin in de lucht stak. ‘Waarom heeft hij in hemelsnaam dat lijk in MIJN voortuin gegooid?’
Inspecteur Bastiaens lachtte. ‘Oh, daar is een heel eenvoudige uitleg voor. Jouw voortuin is de enige die vol bloemen staat en waar hij snel een lijk kon verbergen. Hij was van plan om het de volgende nacht weer uit je tuin te vissen en in de vijver te gooien, maar je was hem voor!’
Iedereen lachte behalve Isa. Zij zou nooit meer naar haar bloemen kunnen kijken zonder te denken aan Freds been en schoen.

EINDE.....

Isa Winter - Deel 21


Engin Akyurt via Pixabay
Toen Lisette stemmen hoorde buiten de caravan had ze zich muisstil gehouden. Een paar weken geleden had ze per toeval een pakje wit poeder ontdekt in de krantenwinkel. Ze had er totaal geen weet van wat het was, ze vermoedde dat één van de jongens van het atheneum het vergeten was in de winkel. Toen ze het in de keuken weg wilde gooien, werd Louis haast gek! Hij sleurde het pakje uit haar handen en sloeg haar zodat ze tussen de keukentafel en de kast terecht kwam. Lisette was stomverbaasd! Zo kende ze Louis niet! Hij was altijd zachtaardig geweest. Geen grote prater maar al bij al hadden ze een goed huwelijk. Ze begreep dan ook totaal niet waarom hij zo bruut deed tegen haar. Het verbaasde haar nog meer toen hij het pakje poeder in zijn zak stak en verdween.
Lisette was opgestaan en had haar gezicht gedept met een koud washandje. Met een beetje geluk zou het morgen geen blauwe plek zijn. Toen Louis die nacht thuis kwam deed hij of er niks gebeurd was en ook de volgende dagen kabbelden voorbij zonder dat er iets noemenswaardigs gebeurde. Haar man was ook weer zijn normale zelf en Lisette verhuisde het gebeuren naar een hoekje ver weg in haar geheugen.
Even later had ze op een avond gezegd dat ze de winkel wilde verkopen. Ze hadden goed geboerd en ze hadden een flinke cent opzij gezet. Ze wilde van het leven nog wat genieten voor ze krom zou lopen van de artrose of andere ouderdomsgerelateerde zaken. Louis had duidelijk gemaakt dat dit geen goed idee was. Ze had het laten rusten, ze zou er later nog eens op terug komen. Maar telkens ze de verkoop van de winkel ter sprake bracht, wist Louis wel één of andere reden te bedenken om haar tegen te houden. Tot ze er op een dag genoeg van kreeg en haar broer Fred belde. Die had verstand van zaken. Als ze de winkel verkocht dan moest ze dat geld beleggen en wie beter dan Fred kon dat doen. Ze had niks tegen Louis gezegd, maar toen zij en Fred één en ander bespraken aan de keukentafel, was Louis razend geworden. Hij was naar de slaapkamer gelopen en had daar het pistool, dat hij geërfd had van zijn grootvader, geladen en had daarna Fred en Lisette bedreigd. Hij had zijn schoonbroer gedwongen om zijn zus vast te binden en had hem daarna naar buiten geduwd. Toen hij een half uur later terug kwam, had hij haar boeien gecontroleerd en haar op bed gelegd. Zelf was hij met zijn auto vertrokken. Gelukkig was Louis geen knopenspecialist en na een uurtje of twee wroeten en trekken had Lisette haar touwen los gekregen. Ze had haar jas, sleutels, gsm en portemonaie genomen en was vertrokken.
Hoe lang ze rondgelopen had wist ze niet. Ze had Fred een paar keer proberen te bellen maar hij nam niet op. Ze kon niet eeuwig op straat rondlopen en daarom was ze naar huis teruggekeerd. Daar zou ze Louis eens flink de les lezen, desnoods nadat ze eerst de politie had gebeld. Maar toen ze langs het huis van Isa kwam, zag ze net hoe de wetsgeneesheer een lijk van onder Isa’s struiken trok. Het waren de benen en schoenen van Fred! Ze durgde Isa niet bellen uit schrik dat de politie bij haar binnen zou zijn en had daarom Eva gebeld. Maar ze had niet goed opgelet want toen ze de verbinding verbrak voelde ze het koude ijzer van een pistool in haar zij. Louis stond naast haar en dwong haar om in de auto te stappen. Hij reed met haar naar zijn caravan maar weigerde te zeggen waarom hij dit alles deed. In de caravan werd ze vastgebonden en op bed gelegd. Hij bracht alle dagen eten, dat ze moest opeten terwijl hij zijn pistool op haar richtte. Maar toen kwam hij niet meer en lag ze te wachten op het einde.
Toen ze hoorde dat de stemmen buiten de vunzige caravan vrouwenstemmen waren, begon ze te kreunen in de hoop dat ze haar zouden horen. Ze was nog nooit zo blij geweest Isa te zien en begon te huilen toen die de vuile lap van voor haar mond wegtrok.
‘Maar kind toch, wat is dat nu toch allemaal.  Huil maar eens goed uit.’ Isa had de arme vrouw in haar armen genomen en zat samen met haar op de rand van het bed. Plots veerde Lisette op.
‘Hoe laat is het?’
‘Bijna negen uur, waarom?’
‘Oh nee!  Weg, jullie moeten onmiddellijk weg! Zo dadelijk is hij hier en als hij jullie ziet….’
Ze begon onbedaarlijk te huilen.
‘Wie is hier zo dadelijk, Lisette?  Bedoel je Louis?’
‘Ja, hij heeft een pistool, hij zal jullie doden! Alsjeblief, ga weg. Ga weg als je leven je lief is!’
‘Lisette, de politie heeft Louis gearresteerd! Hij komt niet, hij is al drie dagen niet geweest omdat hij in de gevangenis zit. Daarom zijn we je komen zoeken!’
Het leek eerst niet door te dringen tot de arme vrouw die zat te beven op de vunzige matras. Toen ze enigszins bedaard was leek ze te beseffen in welke staat ze verkeerde en ze duwde Isa weg.
‘Wat moeten jullie wel van mij denken? Ik stink en ik zie er niet uit!’
‘Maar kind toch, dat is nu toch wel het laatste waar ik mij in deze omstandigheden iets van aantrek. Kom, we gaan even naar buiten in de frisse lucht, dat zal je goed doen.’
Toen ze de caravan verlieten zagen ze Trude komen aanlopen. Ze had een pak koekjes bij en een half flesje frisdrank, de overschot van hun reisvoorraad die ze hadden ingeslagen bij het tankstation onderweg. ‘De politie is onderweg en ze gingen inspecteur Bastiaens waarschuwen. Ze sturen ook een ziekenwagen.’
Lisette dronk gulzig van het flesje frisdrank en at met smaak de rest van de koekjes op. Trude was teruggegaan naar de poort en had het deken van de prikkeldraad gehaald. Dat legde ze nu over Lisette’s schouders want het arme mens zat te beven van de koude en de emoties.

Wordt vervolgd ....

Isa Winter - Deel 20


S. Hermann & F. Richter via Pixabay

Gevonden!


Ze bogen zich over het schriftje en de plattegrond op Isa’s iPad. ‘We hebben nog een grote visvijver die tot een club behoort en een kleine vijver in het bos. Wat denk je?’
Trude trok haar schouders op. Ze wilde niet de verkeerde keuze maken, Lisette’s leven hing er vanaf.
‘Ze zijn alletwee even ver rijden. Als ik Louis was en ik moest mijn vrouw ergens wegsteken, dan zou ik kiezen voor een caravan ergens in een bos, ver weg van andere mensen.’ Trude knikte. De moed begon haar in de schoenen te zakken. Maar Isa kreeg opnieuw energie.
Ze startte de wagen en reden in de aangegeven richting. Volgens haar berekening zouden ze er binnen een half uurtje zijn. Het schemer buiten ging over in duister. Pas nu bedacht ze dat ze beter een zaklamp hadden meegenomen, maar het was nu te laat om terug te keren. Ze wilde nu niet denken aan tegenslag. Dit moest goed gaan, het was Lisette’s enige kans.
Na een half uurtje bereikten ze de afslag naar het bospaadje dat naar de visvijver leidde. Voorzichtig draaide Isa haar grote Volvo het laantje in. Ondanks de droogte was het paadje niet echt goed bereidbaar. Hoewel ze vaak vloekte op de afmetingen van haar wagen, was ze nu blij dat Walter een paar maanden voor zijn dood nog een een SUV had gekocht. Ze schakelde hem in de stand voor ruw terrein in de vering van de wagen deed zijn werk. Het schokken werd minder en de auto reed ook stabieler door het laantje.
Na een paar honderd meter werden ze de weg versperd door een gesloten poort. De sterke lichten van de wagen beschenen een vervallen ijzeren geval maar ze werd wel afgesloten door een nieuwe, dikke ijzeren ketting. Isa stapte uit en liep naar de poort. Ze bekeek ze langs alle kanten en rammelde eens aan het slot, maar het was duidelijk dat ze langs hier niet verder konden.
‘Wat nu?’ vroeg Trude die hun avonturentocht stilletjes aan beu begon te worden. Ze verlangde naar haar zetel en haar favoriete televisieserie.
‘We zullen de auto hier moeten laten staan maar ik heb gezien dat naast de poort de omheining grote gaten vertoont. Langs daar kunnen we binnen.’
‘Pardon? Het is zo donker als een hel in dit bos, hoe denk je dat we ook maar iets kunnen zien?’
‘Ik laat de auto draaien en de lichten aan. Op die manier kunnen we al een heel eind in het bos kijken. En verder zullen we de lampjes van onze GSM’s moeten gebruiken.’
Isa deed de achterdeur van de auto open en haalde er een deken uit. Ze stak haar GSM in haar BH om hem zeker niet te verliezen en haar handen vrij te hebben. Daarna zette ze de lichten van de auto in de hoogste en felste stand en sloot de wagen af.
‘Kom’ zei ze en liep met het deken naar de zijkant van de poort. Daar vertrokken drie rijen prikkeldraad, maar zo’n drie stappen verder was het middelste deel verslapt. Ze legde het deken over de middelste prikkeldraad en hielp Trude om erover te kruipen. Even later kroop ook zij door het gat.
Het bleek dat ze er goed aan gedaan had om de lichten van de auto bij te stellen. De zandweg werd volledig verlicht tot hij achter een bosje rododendrons verdween. Maar meer hadden ze niet nodig, want even verder vonden ze een wit met blauwe caravan die zijn beste tijd gehad had. Isa beduidde Trude om stil te zijn, maar die had geen aanmoediging nodig. Het liefst van al was ze in de auto gebleven, maar ze liet zich niet kennen. Voorzichtig liep ze achter Isa aan, zonder ook maar het geringste geluid te maken.
Rond de caravan lagen een visnet en leefemmer en een stuk of wat gebroken hengels. Aan de bandensporen naast de caravan kon Isa zien dat hier blijkbaar vaak een auto parkeerde. Meerdere zelfs, dacht ze omdat ze verschillende bandensporen zag. Zouden ze dan toch verkeerd zijn?
Ze liep op het raampje van de caravan toe, maar de gordijntjes waren dicht. Ook voor de andere raampjes hingen gore rood en wit geblokte gordijntjes die al in een eeuwigheid geen water en zeep meer hadden gezien.
‘Zie je iets?’ piepte Trude. Isa schudde het hoofd. ‘Nee, alle gordijntjes zijn dicht. Ik zal de deur eens proberen.’
‘Pas op!’ fluisterde Trude maar Isa liep al op de deur van de caravan en probeerde ze open te maken. De caravan mocht dan vervallen zijn, het slot werkte blijkbaar nog goed, want ze kreeg het niet open.
‘Sttttt… ‘ zei Trude. ‘Ik hoor iets.’
‘Waar?’
Trude wees naar de caravan. ‘Daarbinnen! Net of iemand mompelt!’
‘Verdorie!’ Isa rende naar het raampje. ‘Lisette, ben jij dat? Ben je daar binnen?’
Ze legde haar oor tegen het venster en hoorde gemompel.
‘Lisette, kan je tegen de kant van de caravan stoten als jij het bent?’
Even later hoorden ze een doffe bonk. Dat was voor Isa het teken om actie te ondernemen.
‘Hou vol Lisette, ik haal iets uit de auto om de deur te openen. Nog even en we halen je hieruit.’
Isa haastte zich terug naar de auto en uit de koffer haalde ze haar tas met gereedschap. Dit was de eerste keer dat hij nuttig was. Met de zware tas klom ze opnieuw over de prikkeldraad en verloor bijna haar evenwicht.
‘Trude, bel de politie. Ik probeer de deur open te maken.’ En Isa ging aan de slag. Eerst met een gewone schroevendraaier, maar toen dat niet lukte nam ze een grote schroevendraaier en een hamer. Ze zette de schroevendraaier in de deurvoeg ter hoogte van het slot en gaf er met de hamer een flinke tik op. Een tweede tik deed het slot kraken en een derde klaarde de klus. Ze trok het deurtje open en een stank van vis, gemengd met zweet en urine sloeg haar tegemoet. Ze haalde haar GSM uit haar BH en stak het lampje aan. Ze scheen naar het andere einde, daar waar ze de doffe slag hadden gehoord en wat ze daar zag benam haar de adem.
‘Trude, maak dat je hier bent!’ Ze haastte zich naar de gedaante die vastgebonden en met een doek voor de mond op een vies en onopgemaakt bed lag. ‘Trude, waar blijf je! Ik heb je nodig’
‘Isa, ik krijg hier geen verbinding met mijn GSM!’ Toen Trude de gedaante op het bed zag, gaf ze een gil.
‘Rustig Trude, het is Lisette. Help me even om die touwen los te maken en ga dan terug naar de auto. Desnoods wandel je het pad af tot aan de weg maar je moet NU de politie en een ziekenwagen bellen.’

Wordt vervolgd ....

Isa Winter - Deel 19


Anja via Pixabay
‘Toen ik Ginette een bezoekje bracht vertelde ze dat zij en Lisette van hun opa een grote som geld hadden geërfd en dat ze daar een zaak mee begonnen zijn. Waarschijnlijk heeft Fred een gelijkaardig bedrag geërfd. Ofwel heeft hij dat ook geïnvesteerd of hij heeft er alles doorgejaagd. Zijn pak zag er keurig uit en hij zag er niet uit als iemand die aan lager wal geraakt is. Verder vertelde ze ook dat Lisette overwoog om haar krantenwinkel te verkopen. Ze had er genoeg van en wilde rentenieren.’
Inspecteur Bastiaens luisterde vol bewondering naar de uiteenzetting van Isa.
‘Weet u wat ik vreemd vind? Dat Louis van de ene dag op de andere niet meer ging werken en zelf de winkel open hield. Het lijkt erop alsof hem veel gelegen is aan die winkel. Dus misschien wilde hij niet dat ze verkocht. En heeft ze haar broer Fred gebeld om sterker te staan tegenover haar man. En is het Louis die Fred heeft doodgeschoten. Alleen….’
Ze keek Bastiaens vertwijfeld aan. ‘Wat is er dan met Lisette gebeurd? Ja, ik stel me dezelfde vraag.’
‘Ik denk niet dat ze dood is.’ Isa stak het potlood dat ze vasthield tussen haar tanden.
‘Waarom niet?’
‘Omdat ze dan waarschijnlijk naast Fred tussen mijn bloemen had gelegen.’
‘Mogelijk, maar het mens moet toch ergens zijn? Louis zit al drie dagen in voorarrest, als ze ergens wordt vastgehouden dan heeft ze op z’n minst al drie dagen niet gegeten en wordt het hoog tijd dat we haar vinden.’
‘Een vakantiehuisje?’ opperde Isa. Bastiaens knikte. ‘Dat gaan we nu allemaal uitzoeken. We gaan de bankrekeningen van het echtpaar na, registratie van eigendommen en zo.’
‘Ik bedenk me net, had Fred een vrouw of kinderen?’
‘Neen, zijn vrouw is gestorven bij de geboorte van hun dochter. Dat meisje is nu 20 en zit op de universiteit, ze komt maar om de paar weken naar huis dus ze had haar vader nog niet gemist.’
‘En waar woonde hij?’
‘In Vlaams Brabant, net over de grens met de provincie Antwerpen. En ja, ook hij had een flinke cent gekregen van zijn opa maar hij heeft zich ingekocht in een bedrijf dat het zeer goed doet. Het lijkt er dus op dat de drie kinderen Roosen ondernemersbloed in hun aders hadden.’
Isa zuchtte. ‘Ik maak me zorgen om Lisette. Als we haar niet snel vinden dan zal het te laat zijn.’
Inspecteur Bastiaens knikte. ‘Ik vrees het ook.’ Hij nam afscheid en verdween door de voordeur.

Een half uurtje later belde Isa haar vriendin Trude op. ‘Ben je druk bezig?’
‘Niet bepaald, ik ben wat kleding aan het verstellen. Waarom?’
‘Ik heb je nodig. Binnen een kwartiertje bij mij?’ Isa verbrak de verbinding en Trude keek verbaasd naar haar GSM. Maar Isa sprak je niet gemakkelijk tegen dus een kwartiertje later zaten ze in de veranda, omringd door foto’s, briefjes en een crime board.
‘Ah, het gaat dus over die moord?’
‘Neen, niet bepaald hoewel het er wel mee te maken heeft.’
Ze vertelde dat Bastiaens op bezoek was geweest en dat hij haar had ingelicht. De puzzelstukjes schoven langzaam op hun plaats. Maar hun grootste prioriteit gold Lisette. Isa geloofde niet dat ze dood was, maar dat wilde wel zeggen dat het arme schaap al drie dagen niet gegeten had. En dat ze dringend gevonden moest worden.
‘In de krantenwinkel is ze niet. De politie heeft zowel de winkel als hun appartement ondersteboven gedraaid. Daar lijkt zelfs niks weg van haar. Tandenborstel en kam en dergelijke liggen daar nog. Ze moet dus ergens anders heen zijn gebracht. Heeft ze het met jou nooit gehad over een buitenverblijf of zo?’
Trude dacht na. Ze kletste wel met iedereen maar het meeste vergat ze daarna weer. Maar wacht es…. ‘Nu je het zegt, ik geloof dat Louis ergens een oude caravan heeft staan. Hij moet ergens aan een visvijver staan want daar blijft hij wel eens slapen als hij gaat vissen. Ik weet nog dat ze daar niet zo gelukkig mee was want als hij dan thuis kwam stonk hij naar de vis.’
‘Aha’ Isa nam meteen actie. Ze toverde haar iPad van onder een aantal kranten tevoorschijn en opende Google Maps. Ze schakelde over op satelietbeeld, zo kon ze beter de waterplassen zien.
‘Hier, een boekje. Schrijf op’ commandeerde ze. Ze noemde alle plassen in een straal van vijftig kilometer op. Trude schreef de namen naarstig in het schriftje. Daarna zocht ze op internet de namen van al die plassen en of er een link was met een visclub. Een half uurtje later hadden ze vijf mogelijke plaatsen.
‘Komop, we rijden er naartoe.’
‘Wat? Wil je in het wilde weg gaan zoeken of er ergens een ouwe caravan staat met een vrouw in?’
‘Als we niks doen sterft Lisette!’ Trude kon het vuur in Isa’s ogen zien. Tegenstribbelen had geen zin, hoewel ze het nog wel probeerde. ‘Zou je niet beter de politie bellen?’ maar Isa schudde haar hoofd. Stel dat ze fout was, dan hadden ze een halve dag verloren. Het was beter dat de politie haar werk deed en dat zij gingen zoeken naar die caravan.
Vijf minuten later zaten ze in de auto en reden ze naar de dichtstbijzijnde plas op de kaart. Het was al snel duidelijk dat hier geen caravan stond. Ze reden door naar de tweede plas. Die bleek te behoren aan een vissersclub. Het was weinig waarschijnlijk dat Louis hier een vrouw in een caravan kon vasthouden zonder dat iemand het zag. Ook bij de derde visvijver vingen ze bot. Trude begon zich nu echt ongerust te maken.
‘Ik ben bang dat we te laat komen, als we haar al vinden.’ Zei ze en ze keek zo verdrietig dat Isa er medelijden mee kreeg. ‘We laten ons niet kennen Trude! We moeten haar vinden.’
‘Maar het begint al donker te worden!’ Trude werd echt wanhopig.
‘OK, we hebben nog twee vijvers. We zullen moeten beslissen waar we het meeste kans hebben om haar aan te treffen.’
‘En als we fout zijn?’
Isa wilde daar liever niet aan denken.

Wordt vervolgd ...

zondag 12 april 2020

Isa Winter - Deel 18


Waar is ze?


Isa hoorde een auto stoppen voor het huis. Ze keek uit het raam en zag dat het de wagen van inspecteur Bastiaens was. Misschien had hij nieuws over Lisette. Ze gooide haar haakwerk in de mand die naast de zetel stond en haastte zich naar de voordeur. Net toen de bel ging, draaide ze aan de deurklink en opende de deur. Bastiaens stond nog met zijn vinger in de lucht te kijken naar de deur die als bij toverkracht open was gegaan, toen Isa hem binnen vroeg.
Bastiaens grinnikte. ‘Ik geloof dat u op nieuws zat te wachten.’
Isa lachte schaapachtig. ‘Tja, ik wil natuurlijk graag weten of u iets gevonden hebt, maar er is vanmorgen eigenlijk een last van mijn schouders gevallen.’
‘Was het dit waarmee je in je hoofd zat? Had je in het slachtoffer trekken herkend van de uitbaatster van de krantenwinkel?’
Isa dacht hier even over na. ‘Ik denk dat ik altijd het gevoel heb gehad dat ik hem al eens ergens gezien had, maar dat kon echt overal zijn. Bij de bakker, in de supermarkt, iemand die hier aan de deur kwam, …. Het stoorde me maar niet bovenmatig. Dit is eigenlijk één van de losse eindjes die ik voor mezelf wilde instoppen. Maar het lange stuk draad waar ik mee worstelde is nog steeds niet ingestopt. En ik begin me stilaan af te vragen of ik het me niet verbeeld heb.’
‘Nee’, Bastiaans was hierover zeer beslist. ‘Nee, ik ken u nog niet zo heel lang maar lang genoeg om te weten dat u een heel nuchtere dame bent die geen dingen verzint. Als u het gevoel hebt dat er nog iets was dan is dat zo. En we zullen er wel achter komen ook. Ik veronderstel dat u graag wil weten wat er ondertussen gebeurd is?’
Isa knikte. ‘Maar mag u dat wel? Ik bedoel, in het kader van een lopend onderzoek en dergelijke….’
‘Dat klopt, als het tot een rechtszaak komt dan willen we uiteraard geen procedurefouten begaan, maar u bent geen journalist of iemand die rechtstreeks betrokken is bij de misdaad, u bent eerder een informant.’ Hij glimlachte.
Isa vond het wel spannend dat ze als informant beschouwd werd. En uiteraard wilde ze alles weten, maar haar achtergrond als advokate waarschuwde haar dat er grenzen waren aan wat de politie kon en mocht.
‘OK, tot waar bent u mee?’
‘Wel, we zijn de zus van Lisette gaan opzoeken en daarna heb ik u verteld dat één en ander niet klopte.’
‘Juist, wel we zijn eens een paar dingen nagegaan en we vonden toch een paar vreemde zaken. Zo blijkt inderdaad niemand mevrouw Roosen nog gezien te hebben na die maandagavond, de avond voor u dat lijk vond. We hebben uiteraard ook met haar zus gepraat maar die vertelde hetzelfde als ze tegen u gezegd heeft.
‘En toen vond u het tijd om eens te gaan kijken in de krantenwinkel?’
‘Juist, we hadden een huiszoekingsbevel omdat het wel heel toevallig was dat de vrouw verdween op het moment dat we een lijk vinden. In eerste instantie dachten we dat zij iets te maken had met haar dood, maar er zijn nu toch aanwijzingen dat dit niet zo is. Haar man werkte niet mee. Hij bleef bij zijn verhaaltje dat ze naar haar zus was, terwijl de zus zegt dat hij heel goed weet dat ze geen drie maar twee kinderen heeft en dat die al lang het huis uit zijn. Een bezoekje aan het bevolkingsregister bevestigde al snel de versie van mevrouw Roosen.’
‘En hebt u iets gevonden bij de huiszoeking?’
Bastiaens knikte. ‘Maar daar mag ik jammer genoeg niks over zeggen. Eens we zekerheid hebben beloof ik u dat u de eerste zal zijn aan wie ik het vertel. Hoe dan ook, we vonden het verstandig om de heer Aerts mee te nemen voor ondervraging. Hij weigerde elke medewerking en wilde ook geen advokaat dus heeft de onderzoeksrechter beslist om hem voorlopig onder aanhoudingsmandaat te plaatsen.’
‘Denk je dat hij Lisette iets aangedaan heeft?’
‘Wie zal het zeggen? We vonden geen spoor van de dame. Uiteraard hebben we in hun appartement haar kleren en andere zaken gevonden. Maar het is net of ze op een gegeven moment in rook is opgegaan.’
‘En het lijk?’
‘Dat wordt nu onderzocht maar ik denk dat u gelijk heeft. Ik heb vanmorgen nog even naar mevrouw Ginette Roosen gebeld om te vragen of ze een broer had en ze kon dat bevestigen. Zijn naam is Fred maar ze heeft hem en zijn vrouw al meer dan twintig jaar niet meer gezien. Dus ze kon ons ook niet vertellen of hij de man op de foto was. We hebben van haar een DNA staal afgenomen en ik verwacht dat we tegen de avond uitsluitsel zullen hebben.’
Isa zuchtte. ‘De puzzelstukjes beginnen stilaan in elkaar te vallen. Er zitten nog wel heel veel gaten in, maar ik veronderstel dat u die snel zal kunnen opvullen.’
Bastiaens knikte. ‘Uiteindelijk zullen we wel te weten komen wat er gebeurd is, maar sommige zaken kunnen heel lang aanslepen.’
‘Weet u wat ik denk?’ Isa was opgestaan en liep naar haar crime board. ‘Ik denk dat het als volgt is gegaan. Op een avond krijgt Lisette bezoek van haar broer. Hoe heet die trouwens?’
‘Fred. Fred Roosen.’
‘Goed, ze krijgt bezoek van haar broer Fred. Dan kunnen er twee dingen gebeurd zijn. Piste één is die waarbij ze ruzie krijgen, Lisette een pistool boven haalt en haar broer doodschiet. Vermits Louis ook in dat huis woont moet hij daarvan weten. Als het piste één is dan heeft hij Lisette ook geholpen om het lijk te verplaatsen. Daarna verdwijnt Lisette en met de hulp van Louis hangt ze een verhaaltje op. Er zijn een aantal dingen die tegen deze piste pleiten. Ten eerste zou er behoorlijk wat bloed gevonden moeten zijn in het appartement van Louis en Lisette, ten tweede is Louis medeplichtig en ten derde zou Lisette een geloofwaardiger verhaal verzonnen hebben. Zij wist alleszins zeker dat Ginette maar twee kinderen heeft.’
‘En wat is piste twee?’
‘Hmmm… ik bedenk me net iets.’
‘Is dat piste twee?’
‘Nee, maar dat zou piste twee verklaren.’ 

Wordt vervolgd....

Isa Winter - Deel 17


Voor het eerst in haar gehuwde leven brak Isa met haar ochtendroutine. Ze liep niet eerst naar de keuken om het Nespresso apparaat aan te zetten maar wel naar het grote raam in de woonkamer om te kijken of Trude de rolluiken al had opgetrokken van haar huisje. Dat bleek het geval te zijn dus zocht ze haar nummer en drukte op het knopje met de groene hoorn. Het signaal ging drie keer over voor ze een nog slaperig “hallo” hoorde aan de andere kant.
‘Trude, ik ben het. Ik weet wie die man is!’
‘Euh, man? Welke man?’ Isa hoorde de slaap in Trude’s stem. Het leek wel of ze maar juist wakker was en dat was al even abnormaal als Isa die zich oversliep.
‘De man in de schoorsteen? Wie dacht je dat ik bedoelde, die man die hier tussen mijn delphiniums en phloxen lag natuurlijk’
Trude was meteen klaar wakker. ‘Geef me 5 minuten en ik kom naar je toe.’
Isa staarde naar haar telefoon. 5 minuten was zelfs voor Trude snel, ze moest wel heel nieuwsgierig zijn. Ze haastte zich naar de keuken en zette alles klaar voor de koffie. Net toen ze de lepeltjes uit de lade haalde, ging de bel. Ze zette het eerste kopje onder het apparaat en drukte op het knopje. Daarna liep ze op een drafje naar de voordeur.
Trude had duidelijk in zeven haasten haar toilet gemaakt. De kraag van haar wollen jasje zat omgevouwen in haar nek, haar rok hing scheef en het anders zo zorgvuldig opgemaakte haar was nu stijl achterover gekamd. Isa moest moeite doen om niet te lachen, maar ze liet haar vriendin binnen en liep met haar naar de keuken.
‘Vertel’ zei Trude buiten adem terwijl ze zich op een keukenstoel neerplofte. ‘Wie is die man!’
Isa had ondertussen een tweede kopje koffie gezet en kwam ermee naar de tafel. ‘Ik ken zijn naam niet maar ik denk dat ik weet waar we die moeten gaan zoeken. Zie je, vannacht had ik toch zo’n rare droom. Inspecteur Bastiaens kwam langs maar hij zag eruit als die kleine Belgische detective uit de Agatha Christie verhalen, Hercules Poirot. Hij kwam thee drinken in de tuin en hij zei “Moord en Foto’s”. Isa dronk even van haar koffie om de woorden te laten doordringen bij Trude.
‘“Moord en Foto’s.’ En wat zei hij nog meer?’
‘Niets meer, alleen maar dat’ Ze keek haar vriendin aan over de rand van haar kopje.
‘En dat was voor jou genoeg om te weten wie die man was?’
‘Nee, natuurlijk niet. Wacht, ik denk dat je het beter voor jezelf ziet.’ Ze stond op en naar Trude mee naar de veranda en zette haar voor het crimeboard. Ze nam haar iPad en zocht de foto van Lisette in de krant op. Daarna hield ze haar iPad naast de foto van de dode man. ‘Kijk, zie je het?’
Trude had de armen over haar boezem gekruisd en stond met een scheef hoofd naar de foto’s te kijken. ‘Wat moet ik zien’ Ze begon een beetje kriegelig te worden, waarom zei Isa niet gewoon wie hij was.
‘Kijk alleen maar naar de vorm van de neus, de ogen en de mond, geef de man desnoods het haar van Lisette…’
Langzaam begon het bij Trude te dagen. Een paar tellen later zag ze het ook, de ongelofelijke gelijkenis tussen de man en Lisette.
‘Isa!’ Haar adem stokte en ze greep naar de keel. ‘Je wil toch niet zeggen…. ‘
Isa knikte haar bemoedigend toe. ‘Je wil toch niet zeggen dat Lisette eigenlijk altijd een man geweest is en dat de dode man in werkelijkheid de vrouw van Louis was?’ Isa wilde knikken omdat ze dacht dat Trude dezelfde conclusie zou maken als zei. Toen het tot haar doordrong dat de veronderstelling van haar vriendin nog gekker was dan die van haarzelf, bleef haar hoofd ergens halverwege een knik hangen en ging over in een neen.
‘Waaaat? Nee, natuurlijk beweer ik dat niet! Trouwens, ik denk wel dat de wetsdokter het wel gezien zou hebben als het lijk een vrouw was in plaats van een man.’
‘Euh nee, dat bedoelde ik niet. Ik bedoelde dat Lisette eigenlijk altijd een man is geweest’ zei Trude schaapachtig. Ze besefte nu ook dat dit een beetje ver ging,
‘Nee, kijk. De man en de vrouw lijken als twee druppels water op elkaar. Ik denk dat ze familie zijn. Ofwel is hij haar broer ofwel een neef of zo. Maar ik denk dat we daar moeten gaan zoeken.’
‘Heeft Ginette niets gezegd over een broer?’
‘Nee, maar dat is ook niet zo uitzonderlijk. Kapsters antwoorden alleen op vragen van klanten, ze zullen bijna nooit uit zichzelf iets persoonlijks zeggen.’
‘En wat ga je nu doen? Opnieuw naar Ginette’s kapperszaak rijden?’
Isa schudde het hoofd. Nee, dat klusje zou ze overlaten aan inspecteur Bastiaens. Het was tenslotte zijn zaak en zijn lijk. En terwijl Trude het laatste restje koffie opdronk, belde Isa de inspecteur.

Op één of andere manier was er een rust over Isa gekomen, nu ze wist wie de man in het perk was. Of tenminste wie hij mogelijks was. Het mysterie was nog niet volledig opgelost, zo wist ze niet waar hij vermoord was en waarom hij nu juist in haar perk terecht kwam. Maar de taak die ze zichzelf tot doel had gesteld was ten einde gekomen. Want ze besefte nu dat ze van bij het begin van deze gekke zaak de indruk had dat ze de man kende, hoewel ze er langs de andere kant zeker van was dat ze hem nog nooit had ontmoet.
Die middag ging ze in de grote Chesterfield stoel bij het raam zitten en nam haar haakwerk op haar schoot. Isa hield ervan om haar handen bezig te houden. Tot voor een paar jaar was dat voornamelijk met breien geweest. Ze had massa’s truien gebreid voor Jonas, haar kleinzoon. En sokken voor Tim, haar schoonzoon. Die was nog in het leger geweest en zwoer bij de echte wollen sokken van Defensie en die nergens anders te krijgen waren. Dus toen zijn sokken gaten begonnen te vertonen, had Isa aangeboden om nieuwe te breien. Toen hij ze op kerstavond uitpakte, straalde zijn gezicht. Ze had nog nooit iemand zo gelukkig gezien met een paar sokken. Er kwam een glimlach over haar gezicht toen ze eraan dacht. Ze weet nog dat Walter een beetje ruzie had gemaakt met haar. Sokken waren toch geen kerstgeschenk? Maar Isa wist beter en ze had gelijk gekregen ook.
Een paar jaar geleden begon ze last te krijgen van haar schouder. Walter zei dat het de ouderdom was, maar de dokter had een andere diagnose namelijk arthrose. En die had ze waarschijnlijk gekregen door haar arm te veel te belasten. Ze was overgeschakeld op haken. Daarbij werd haar schouder niet belast en dat gaf even veel voldoening als breien. In het begin had ze enkel sjaals en mutsen gehaakt. Daarna had ze een deken voor Jonas gehaakt. Zo’n deken met mouwen waar je helemaal in kon kruipen als je op de zetel lag. En ze had op de voorkant het logo van Superman geborduurd. Jonas was de koning te rijk.
Nu haakte ze een kanten tafelkleed voor op de mooi geboende eikenhouten tafel in de eetkamer. Het zou bestaan uit allemaal vierkantjes die ze later met een speciale steek aan elkaar zou haken, waardoor je het idee kreeg dat ze door een ragfijn net bij elkaar gehouden werd.

Wordt vervolgd ... 

zaterdag 11 april 2020

Isa Winter - Deel 16

Pexels via Pixabay

Ik weet het!


Het duurde lang voor Isa de slaap kon vatten. Het lichtje in haar hersenen flikkerde af en toe op om dan bliksemsnel weer uit te doven. Net als wanneer je een krant in brand steekt en ze dan probeert te doven met je voet. Dan vliegen er allemaal piepkleine genstertjes af die in staat zijn om een hele schuur met hooi in brand te zetten, maar als je ze probeert te pakken doven ze als de bliksem terug uit.

Die nacht droomde ze van een tuin vol phloxen en delphiniums en geraniums en camelia’s. Een reuzegrote tuin en zij zat aan een smeedijzeren tafeltje in het midden van een gladgeschoren grasveld. Ze droeg een grote witte zonnehoed en nipte zuinig van haar thee. Vanop het bordes kwam een butler is stijve lakei het grasveld opgelopen. In zijn hand droeg hij een zilveren schaaltje met daarop een kaartje.

Het was een ivoorkleurig kaartje van een duur soort papier en in sierlijke letters stond daarop te lezen: Inspecteur Bastiaens, detective. Ze knikte als teken dat hij de bezoeker mocht doorlaten en de stijve butler verdween weer in huis. Even later stond de detective naast haar, net of iemand hem daarnaartoe had gestraald. Toen ze opkeek zag ze niet het ascetische gezicht van de inspecteur maar de bezoeker had een eirond hoofd met twee fonkelende oogjes. Onder zijn neus versierde een enorme snor zijn gezicht. Het was een snor zoals ze er nog nooit één had gezien. Pikzwart en blinkend van de pommade. Op die neus stond een gouden knijpbrilletje. Toen ze het makketje wat beter bekeek zag ze dat hij een onberispelijk pak aanhad dat waarschijnlijk uit de vorige eeuw stamde. Onder het jacquet droeg hij een spierwit hemd met stijve kraag. Het leek haar op dat moment niet te storen dat inspecteur Bastiaens wel de tweelingbroer van Hercules Poirot leek. Ze gebaarde de man om plaats te nemen en dat deed hij ook zorgvuldig. Hij trok zijn broekspijpen bij de knieën een beetje op en ging dan elegant op het gietijzeren stoeltje zitten.

‘Eh bien, Madamme, verontschuldigt u mij dat ik u zo onaangekondigd kom storen, maar we hebben uw hulp nodig.’ Isa knikte met het hoofd en deed teken om verder te gaan.
‘Er is, om zo te zeggen, een probleem. En het probleem is dat informatie voor ons verborgen wordt gehouden.’
‘En wie houdt die informatie dan verborgen?’ Isa verwonderde er zich over dat ze het spelletje zo vlot meespeelde.
Het heertje aan de andere kant van de tafel wierp zijn gehandschoende armen in de lucht en stootte een klaaglijk geluid uit. ‘Ah madamme, als ik het maar eens wist!’
‘Waar heeft het mee te maken?’ Isa voelde zich als een schooljuf die de examenvragen bijna uit haar leerling moest sleuren.
‘Er zijn twee kernwoorden, madamme. Het ene is…’ hij hield een hand bij de mond en fluisterde. ‘Een moord… en het andere is foto’s.’ Hij leunde achteruit in zijn stoel en wachtte op de dingen die komen gingen.
Isa dronk haar kopje thee leeg en mijmerde. ‘Moord en foto’s. Niet één foto?’
‘Non, madamme. Foto’s… meervoud’

Het mannetje stond op, groette haar met een buiginkje en vertrok met korte, afgemeten stapjes. Isa keek uit over de tuin met zijn overvloed aan bloemen en planten. Ze stond op en liep van het tafeltje weg. Even verder lag een bloemenperkje dat veel weg had van haar voortuin. Toen ze naderbij kwam, zag ze een schoen en een broekspijp van onder de delphiniums komen. Ze schrok niet, het was alsof ze dit verwacht had. Ze bekeek de gestreepte broekspijp eens goed en besloot er toen aan te trekken. Ze bukte zich en nam de voet met beide handen vast. Ze trok eraan en langzaam kwam er nog een been en een jasje met twee armen uit het perk geschoven. Als laatste verscheen het hoofd. Een bol hoofd met weinig haar en in het midden van het voorhoofd een rond gaatje. Ze bleef even naar het lijk staan kijken toen langzaam de trekken van de man vervaagden en werden vervangen door die van de foto, die men de avond ervoor op televisie had getoond. De foto van Lisette. Even later vervaagde de foto van Lisette en kwam het hoofd van de dode weer tevoorschijn. En toen zag ze het! De man, die dood in haar voortuin lag leek als twee druppels water op Lisette! De mannelijke versie dan maar er was geen twijfel mogelijk! Met een ruk schoot ze wakker en ging rechtop in bed zitten.

Ze knipte het nachtlampje aan en greep naar haar GSM. Ze moest Trude bellen, maar toen ze zag dat het pas kwart na drie was, besloot ze om dat niet te doen. In plaats daarvan gleed ze uit bed en trok haar kamerjas aan. Terwijl buiten de wereld nog diep in slaap was, daalde ze de trap af en stak het licht in haar veranda aan. Ze vermoedde dat Lisette’s foto ondertussen al wel in de online kranten zou staan dus ze activeerde haar iPad en opende haar browser. Ze vergrootte de foto en liep ermee naar het crime board, waar de foto van het slachtoffer nog altijd een prominente plaats innam.
Ja, ze had het niet gedroomd. De man en Lisette leken als twee druppels water op elkaar. Zouden ze familie van elkaar zijn? Ze probeerde zich te herinneren of Ginette had gezegd dat ze ook een broer hadden. Ze kon het zich niet herinneren. Maar om acht uur zou ze het politiekantoor bellen en naar inspecteur Bastiaens vragen. En ze zou hem vertellen wat ze net ontdekt had.
Tevreden dat tenminste één van die knipperlichtjes in haar hersenen voorgoed brandden, knipte ze beneden alle lichten uit en kroop weer in bed. Dit keer sliep ze diep en droomde van leukere dingen.

Wordt vervolgd ...