zondag 12 april 2020

Isa Winter - Deel 18


Waar is ze?


Isa hoorde een auto stoppen voor het huis. Ze keek uit het raam en zag dat het de wagen van inspecteur Bastiaens was. Misschien had hij nieuws over Lisette. Ze gooide haar haakwerk in de mand die naast de zetel stond en haastte zich naar de voordeur. Net toen de bel ging, draaide ze aan de deurklink en opende de deur. Bastiaens stond nog met zijn vinger in de lucht te kijken naar de deur die als bij toverkracht open was gegaan, toen Isa hem binnen vroeg.
Bastiaens grinnikte. ‘Ik geloof dat u op nieuws zat te wachten.’
Isa lachte schaapachtig. ‘Tja, ik wil natuurlijk graag weten of u iets gevonden hebt, maar er is vanmorgen eigenlijk een last van mijn schouders gevallen.’
‘Was het dit waarmee je in je hoofd zat? Had je in het slachtoffer trekken herkend van de uitbaatster van de krantenwinkel?’
Isa dacht hier even over na. ‘Ik denk dat ik altijd het gevoel heb gehad dat ik hem al eens ergens gezien had, maar dat kon echt overal zijn. Bij de bakker, in de supermarkt, iemand die hier aan de deur kwam, …. Het stoorde me maar niet bovenmatig. Dit is eigenlijk één van de losse eindjes die ik voor mezelf wilde instoppen. Maar het lange stuk draad waar ik mee worstelde is nog steeds niet ingestopt. En ik begin me stilaan af te vragen of ik het me niet verbeeld heb.’
‘Nee’, Bastiaans was hierover zeer beslist. ‘Nee, ik ken u nog niet zo heel lang maar lang genoeg om te weten dat u een heel nuchtere dame bent die geen dingen verzint. Als u het gevoel hebt dat er nog iets was dan is dat zo. En we zullen er wel achter komen ook. Ik veronderstel dat u graag wil weten wat er ondertussen gebeurd is?’
Isa knikte. ‘Maar mag u dat wel? Ik bedoel, in het kader van een lopend onderzoek en dergelijke….’
‘Dat klopt, als het tot een rechtszaak komt dan willen we uiteraard geen procedurefouten begaan, maar u bent geen journalist of iemand die rechtstreeks betrokken is bij de misdaad, u bent eerder een informant.’ Hij glimlachte.
Isa vond het wel spannend dat ze als informant beschouwd werd. En uiteraard wilde ze alles weten, maar haar achtergrond als advokate waarschuwde haar dat er grenzen waren aan wat de politie kon en mocht.
‘OK, tot waar bent u mee?’
‘Wel, we zijn de zus van Lisette gaan opzoeken en daarna heb ik u verteld dat één en ander niet klopte.’
‘Juist, wel we zijn eens een paar dingen nagegaan en we vonden toch een paar vreemde zaken. Zo blijkt inderdaad niemand mevrouw Roosen nog gezien te hebben na die maandagavond, de avond voor u dat lijk vond. We hebben uiteraard ook met haar zus gepraat maar die vertelde hetzelfde als ze tegen u gezegd heeft.
‘En toen vond u het tijd om eens te gaan kijken in de krantenwinkel?’
‘Juist, we hadden een huiszoekingsbevel omdat het wel heel toevallig was dat de vrouw verdween op het moment dat we een lijk vinden. In eerste instantie dachten we dat zij iets te maken had met haar dood, maar er zijn nu toch aanwijzingen dat dit niet zo is. Haar man werkte niet mee. Hij bleef bij zijn verhaaltje dat ze naar haar zus was, terwijl de zus zegt dat hij heel goed weet dat ze geen drie maar twee kinderen heeft en dat die al lang het huis uit zijn. Een bezoekje aan het bevolkingsregister bevestigde al snel de versie van mevrouw Roosen.’
‘En hebt u iets gevonden bij de huiszoeking?’
Bastiaens knikte. ‘Maar daar mag ik jammer genoeg niks over zeggen. Eens we zekerheid hebben beloof ik u dat u de eerste zal zijn aan wie ik het vertel. Hoe dan ook, we vonden het verstandig om de heer Aerts mee te nemen voor ondervraging. Hij weigerde elke medewerking en wilde ook geen advokaat dus heeft de onderzoeksrechter beslist om hem voorlopig onder aanhoudingsmandaat te plaatsen.’
‘Denk je dat hij Lisette iets aangedaan heeft?’
‘Wie zal het zeggen? We vonden geen spoor van de dame. Uiteraard hebben we in hun appartement haar kleren en andere zaken gevonden. Maar het is net of ze op een gegeven moment in rook is opgegaan.’
‘En het lijk?’
‘Dat wordt nu onderzocht maar ik denk dat u gelijk heeft. Ik heb vanmorgen nog even naar mevrouw Ginette Roosen gebeld om te vragen of ze een broer had en ze kon dat bevestigen. Zijn naam is Fred maar ze heeft hem en zijn vrouw al meer dan twintig jaar niet meer gezien. Dus ze kon ons ook niet vertellen of hij de man op de foto was. We hebben van haar een DNA staal afgenomen en ik verwacht dat we tegen de avond uitsluitsel zullen hebben.’
Isa zuchtte. ‘De puzzelstukjes beginnen stilaan in elkaar te vallen. Er zitten nog wel heel veel gaten in, maar ik veronderstel dat u die snel zal kunnen opvullen.’
Bastiaens knikte. ‘Uiteindelijk zullen we wel te weten komen wat er gebeurd is, maar sommige zaken kunnen heel lang aanslepen.’
‘Weet u wat ik denk?’ Isa was opgestaan en liep naar haar crime board. ‘Ik denk dat het als volgt is gegaan. Op een avond krijgt Lisette bezoek van haar broer. Hoe heet die trouwens?’
‘Fred. Fred Roosen.’
‘Goed, ze krijgt bezoek van haar broer Fred. Dan kunnen er twee dingen gebeurd zijn. Piste één is die waarbij ze ruzie krijgen, Lisette een pistool boven haalt en haar broer doodschiet. Vermits Louis ook in dat huis woont moet hij daarvan weten. Als het piste één is dan heeft hij Lisette ook geholpen om het lijk te verplaatsen. Daarna verdwijnt Lisette en met de hulp van Louis hangt ze een verhaaltje op. Er zijn een aantal dingen die tegen deze piste pleiten. Ten eerste zou er behoorlijk wat bloed gevonden moeten zijn in het appartement van Louis en Lisette, ten tweede is Louis medeplichtig en ten derde zou Lisette een geloofwaardiger verhaal verzonnen hebben. Zij wist alleszins zeker dat Ginette maar twee kinderen heeft.’
‘En wat is piste twee?’
‘Hmmm… ik bedenk me net iets.’
‘Is dat piste twee?’
‘Nee, maar dat zou piste twee verklaren.’ 

Wordt vervolgd....

Isa Winter - Deel 17


Voor het eerst in haar gehuwde leven brak Isa met haar ochtendroutine. Ze liep niet eerst naar de keuken om het Nespresso apparaat aan te zetten maar wel naar het grote raam in de woonkamer om te kijken of Trude de rolluiken al had opgetrokken van haar huisje. Dat bleek het geval te zijn dus zocht ze haar nummer en drukte op het knopje met de groene hoorn. Het signaal ging drie keer over voor ze een nog slaperig “hallo” hoorde aan de andere kant.
‘Trude, ik ben het. Ik weet wie die man is!’
‘Euh, man? Welke man?’ Isa hoorde de slaap in Trude’s stem. Het leek wel of ze maar juist wakker was en dat was al even abnormaal als Isa die zich oversliep.
‘De man in de schoorsteen? Wie dacht je dat ik bedoelde, die man die hier tussen mijn delphiniums en phloxen lag natuurlijk’
Trude was meteen klaar wakker. ‘Geef me 5 minuten en ik kom naar je toe.’
Isa staarde naar haar telefoon. 5 minuten was zelfs voor Trude snel, ze moest wel heel nieuwsgierig zijn. Ze haastte zich naar de keuken en zette alles klaar voor de koffie. Net toen ze de lepeltjes uit de lade haalde, ging de bel. Ze zette het eerste kopje onder het apparaat en drukte op het knopje. Daarna liep ze op een drafje naar de voordeur.
Trude had duidelijk in zeven haasten haar toilet gemaakt. De kraag van haar wollen jasje zat omgevouwen in haar nek, haar rok hing scheef en het anders zo zorgvuldig opgemaakte haar was nu stijl achterover gekamd. Isa moest moeite doen om niet te lachen, maar ze liet haar vriendin binnen en liep met haar naar de keuken.
‘Vertel’ zei Trude buiten adem terwijl ze zich op een keukenstoel neerplofte. ‘Wie is die man!’
Isa had ondertussen een tweede kopje koffie gezet en kwam ermee naar de tafel. ‘Ik ken zijn naam niet maar ik denk dat ik weet waar we die moeten gaan zoeken. Zie je, vannacht had ik toch zo’n rare droom. Inspecteur Bastiaens kwam langs maar hij zag eruit als die kleine Belgische detective uit de Agatha Christie verhalen, Hercules Poirot. Hij kwam thee drinken in de tuin en hij zei “Moord en Foto’s”. Isa dronk even van haar koffie om de woorden te laten doordringen bij Trude.
‘“Moord en Foto’s.’ En wat zei hij nog meer?’
‘Niets meer, alleen maar dat’ Ze keek haar vriendin aan over de rand van haar kopje.
‘En dat was voor jou genoeg om te weten wie die man was?’
‘Nee, natuurlijk niet. Wacht, ik denk dat je het beter voor jezelf ziet.’ Ze stond op en naar Trude mee naar de veranda en zette haar voor het crimeboard. Ze nam haar iPad en zocht de foto van Lisette in de krant op. Daarna hield ze haar iPad naast de foto van de dode man. ‘Kijk, zie je het?’
Trude had de armen over haar boezem gekruisd en stond met een scheef hoofd naar de foto’s te kijken. ‘Wat moet ik zien’ Ze begon een beetje kriegelig te worden, waarom zei Isa niet gewoon wie hij was.
‘Kijk alleen maar naar de vorm van de neus, de ogen en de mond, geef de man desnoods het haar van Lisette…’
Langzaam begon het bij Trude te dagen. Een paar tellen later zag ze het ook, de ongelofelijke gelijkenis tussen de man en Lisette.
‘Isa!’ Haar adem stokte en ze greep naar de keel. ‘Je wil toch niet zeggen…. ‘
Isa knikte haar bemoedigend toe. ‘Je wil toch niet zeggen dat Lisette eigenlijk altijd een man geweest is en dat de dode man in werkelijkheid de vrouw van Louis was?’ Isa wilde knikken omdat ze dacht dat Trude dezelfde conclusie zou maken als zei. Toen het tot haar doordrong dat de veronderstelling van haar vriendin nog gekker was dan die van haarzelf, bleef haar hoofd ergens halverwege een knik hangen en ging over in een neen.
‘Waaaat? Nee, natuurlijk beweer ik dat niet! Trouwens, ik denk wel dat de wetsdokter het wel gezien zou hebben als het lijk een vrouw was in plaats van een man.’
‘Euh nee, dat bedoelde ik niet. Ik bedoelde dat Lisette eigenlijk altijd een man is geweest’ zei Trude schaapachtig. Ze besefte nu ook dat dit een beetje ver ging,
‘Nee, kijk. De man en de vrouw lijken als twee druppels water op elkaar. Ik denk dat ze familie zijn. Ofwel is hij haar broer ofwel een neef of zo. Maar ik denk dat we daar moeten gaan zoeken.’
‘Heeft Ginette niets gezegd over een broer?’
‘Nee, maar dat is ook niet zo uitzonderlijk. Kapsters antwoorden alleen op vragen van klanten, ze zullen bijna nooit uit zichzelf iets persoonlijks zeggen.’
‘En wat ga je nu doen? Opnieuw naar Ginette’s kapperszaak rijden?’
Isa schudde het hoofd. Nee, dat klusje zou ze overlaten aan inspecteur Bastiaens. Het was tenslotte zijn zaak en zijn lijk. En terwijl Trude het laatste restje koffie opdronk, belde Isa de inspecteur.

Op één of andere manier was er een rust over Isa gekomen, nu ze wist wie de man in het perk was. Of tenminste wie hij mogelijks was. Het mysterie was nog niet volledig opgelost, zo wist ze niet waar hij vermoord was en waarom hij nu juist in haar perk terecht kwam. Maar de taak die ze zichzelf tot doel had gesteld was ten einde gekomen. Want ze besefte nu dat ze van bij het begin van deze gekke zaak de indruk had dat ze de man kende, hoewel ze er langs de andere kant zeker van was dat ze hem nog nooit had ontmoet.
Die middag ging ze in de grote Chesterfield stoel bij het raam zitten en nam haar haakwerk op haar schoot. Isa hield ervan om haar handen bezig te houden. Tot voor een paar jaar was dat voornamelijk met breien geweest. Ze had massa’s truien gebreid voor Jonas, haar kleinzoon. En sokken voor Tim, haar schoonzoon. Die was nog in het leger geweest en zwoer bij de echte wollen sokken van Defensie en die nergens anders te krijgen waren. Dus toen zijn sokken gaten begonnen te vertonen, had Isa aangeboden om nieuwe te breien. Toen hij ze op kerstavond uitpakte, straalde zijn gezicht. Ze had nog nooit iemand zo gelukkig gezien met een paar sokken. Er kwam een glimlach over haar gezicht toen ze eraan dacht. Ze weet nog dat Walter een beetje ruzie had gemaakt met haar. Sokken waren toch geen kerstgeschenk? Maar Isa wist beter en ze had gelijk gekregen ook.
Een paar jaar geleden begon ze last te krijgen van haar schouder. Walter zei dat het de ouderdom was, maar de dokter had een andere diagnose namelijk arthrose. En die had ze waarschijnlijk gekregen door haar arm te veel te belasten. Ze was overgeschakeld op haken. Daarbij werd haar schouder niet belast en dat gaf even veel voldoening als breien. In het begin had ze enkel sjaals en mutsen gehaakt. Daarna had ze een deken voor Jonas gehaakt. Zo’n deken met mouwen waar je helemaal in kon kruipen als je op de zetel lag. En ze had op de voorkant het logo van Superman geborduurd. Jonas was de koning te rijk.
Nu haakte ze een kanten tafelkleed voor op de mooi geboende eikenhouten tafel in de eetkamer. Het zou bestaan uit allemaal vierkantjes die ze later met een speciale steek aan elkaar zou haken, waardoor je het idee kreeg dat ze door een ragfijn net bij elkaar gehouden werd.

Wordt vervolgd ... 

zaterdag 11 april 2020

Isa Winter - Deel 16

Pexels via Pixabay

Ik weet het!


Het duurde lang voor Isa de slaap kon vatten. Het lichtje in haar hersenen flikkerde af en toe op om dan bliksemsnel weer uit te doven. Net als wanneer je een krant in brand steekt en ze dan probeert te doven met je voet. Dan vliegen er allemaal piepkleine genstertjes af die in staat zijn om een hele schuur met hooi in brand te zetten, maar als je ze probeert te pakken doven ze als de bliksem terug uit.

Die nacht droomde ze van een tuin vol phloxen en delphiniums en geraniums en camelia’s. Een reuzegrote tuin en zij zat aan een smeedijzeren tafeltje in het midden van een gladgeschoren grasveld. Ze droeg een grote witte zonnehoed en nipte zuinig van haar thee. Vanop het bordes kwam een butler is stijve lakei het grasveld opgelopen. In zijn hand droeg hij een zilveren schaaltje met daarop een kaartje.

Het was een ivoorkleurig kaartje van een duur soort papier en in sierlijke letters stond daarop te lezen: Inspecteur Bastiaens, detective. Ze knikte als teken dat hij de bezoeker mocht doorlaten en de stijve butler verdween weer in huis. Even later stond de detective naast haar, net of iemand hem daarnaartoe had gestraald. Toen ze opkeek zag ze niet het ascetische gezicht van de inspecteur maar de bezoeker had een eirond hoofd met twee fonkelende oogjes. Onder zijn neus versierde een enorme snor zijn gezicht. Het was een snor zoals ze er nog nooit één had gezien. Pikzwart en blinkend van de pommade. Op die neus stond een gouden knijpbrilletje. Toen ze het makketje wat beter bekeek zag ze dat hij een onberispelijk pak aanhad dat waarschijnlijk uit de vorige eeuw stamde. Onder het jacquet droeg hij een spierwit hemd met stijve kraag. Het leek haar op dat moment niet te storen dat inspecteur Bastiaens wel de tweelingbroer van Hercules Poirot leek. Ze gebaarde de man om plaats te nemen en dat deed hij ook zorgvuldig. Hij trok zijn broekspijpen bij de knieën een beetje op en ging dan elegant op het gietijzeren stoeltje zitten.

‘Eh bien, Madamme, verontschuldigt u mij dat ik u zo onaangekondigd kom storen, maar we hebben uw hulp nodig.’ Isa knikte met het hoofd en deed teken om verder te gaan.
‘Er is, om zo te zeggen, een probleem. En het probleem is dat informatie voor ons verborgen wordt gehouden.’
‘En wie houdt die informatie dan verborgen?’ Isa verwonderde er zich over dat ze het spelletje zo vlot meespeelde.
Het heertje aan de andere kant van de tafel wierp zijn gehandschoende armen in de lucht en stootte een klaaglijk geluid uit. ‘Ah madamme, als ik het maar eens wist!’
‘Waar heeft het mee te maken?’ Isa voelde zich als een schooljuf die de examenvragen bijna uit haar leerling moest sleuren.
‘Er zijn twee kernwoorden, madamme. Het ene is…’ hij hield een hand bij de mond en fluisterde. ‘Een moord… en het andere is foto’s.’ Hij leunde achteruit in zijn stoel en wachtte op de dingen die komen gingen.
Isa dronk haar kopje thee leeg en mijmerde. ‘Moord en foto’s. Niet één foto?’
‘Non, madamme. Foto’s… meervoud’

Het mannetje stond op, groette haar met een buiginkje en vertrok met korte, afgemeten stapjes. Isa keek uit over de tuin met zijn overvloed aan bloemen en planten. Ze stond op en liep van het tafeltje weg. Even verder lag een bloemenperkje dat veel weg had van haar voortuin. Toen ze naderbij kwam, zag ze een schoen en een broekspijp van onder de delphiniums komen. Ze schrok niet, het was alsof ze dit verwacht had. Ze bekeek de gestreepte broekspijp eens goed en besloot er toen aan te trekken. Ze bukte zich en nam de voet met beide handen vast. Ze trok eraan en langzaam kwam er nog een been en een jasje met twee armen uit het perk geschoven. Als laatste verscheen het hoofd. Een bol hoofd met weinig haar en in het midden van het voorhoofd een rond gaatje. Ze bleef even naar het lijk staan kijken toen langzaam de trekken van de man vervaagden en werden vervangen door die van de foto, die men de avond ervoor op televisie had getoond. De foto van Lisette. Even later vervaagde de foto van Lisette en kwam het hoofd van de dode weer tevoorschijn. En toen zag ze het! De man, die dood in haar voortuin lag leek als twee druppels water op Lisette! De mannelijke versie dan maar er was geen twijfel mogelijk! Met een ruk schoot ze wakker en ging rechtop in bed zitten.

Ze knipte het nachtlampje aan en greep naar haar GSM. Ze moest Trude bellen, maar toen ze zag dat het pas kwart na drie was, besloot ze om dat niet te doen. In plaats daarvan gleed ze uit bed en trok haar kamerjas aan. Terwijl buiten de wereld nog diep in slaap was, daalde ze de trap af en stak het licht in haar veranda aan. Ze vermoedde dat Lisette’s foto ondertussen al wel in de online kranten zou staan dus ze activeerde haar iPad en opende haar browser. Ze vergrootte de foto en liep ermee naar het crime board, waar de foto van het slachtoffer nog altijd een prominente plaats innam.
Ja, ze had het niet gedroomd. De man en Lisette leken als twee druppels water op elkaar. Zouden ze familie van elkaar zijn? Ze probeerde zich te herinneren of Ginette had gezegd dat ze ook een broer hadden. Ze kon het zich niet herinneren. Maar om acht uur zou ze het politiekantoor bellen en naar inspecteur Bastiaens vragen. En ze zou hem vertellen wat ze net ontdekt had.
Tevreden dat tenminste één van die knipperlichtjes in haar hersenen voorgoed brandden, knipte ze beneden alle lichten uit en kroop weer in bed. Dit keer sliep ze diep en droomde van leukere dingen.

Wordt vervolgd ...

Isa Winter - Deel 15

Anja🙏 via Pixabay

Die middag besloot Isa om inspecteur Bastiaens op te bellen. Ze was niet van plan om Lisette’s verdwijning aan te geven, tenslotte waren het haar zaken niet. Maar ze had hem beloofd om in haar oude fotoalbums te grasduinen om te kijken of de eigenaar van de bruine schoenen niet ergens op een foto stond.
Bastiaens meldde zich toen ze zijn nummer had gedraaid.
‘Inspecteur, u spreekt met Isa Winter. U weet wel, men heeft in mijn voortuin een lijk gevonden.’
‘Mevrouw Winter! Natuurlijk weet ik wie u bent. Hoe gaat het met u?’ Isa praatte nog even met hem over koetjes en kalfjes tot ze overging tot de reden van haar telefoontje.
‘Ik had beloofd om tussen onze oude foto’s te kijken of de man toch niet toevallig ergens op stond, maar ik vrees dat ik u moet teleurstellen. Iemand die dood is ziet er natuurlijk anders uit dan iemand die op een feestje met een glas in zijn hand staat te glimlachen, maar de vorm van een hoofd, de stand van de ogen en dergelijke… dat is toch redelijk uniek. En ik kon het jammer genoeg niet terug vinden.’
‘Ach ja, het was een mogelijkheid. Die kunnen we nu ook weer uitsluiten.’

‘Ja’. Isa bleef wat dralen aan de telefoon. Zou ze hem vertellen over Lisette? Bastiaens maakte het haar gemakkelijk.
‘Is er nog iets, Mevrouw Winter?’
‘Goh, ik weet niet….’
‘Als u ergens mee zit dan mag u mij dat gerust vertellen. Beter een spoor dat niets oplevert dan één dat niet onderzocht is.’
Isa moest hem gelijk geven. Ze vertelde wat zij en Trude ontdekt hadden. Dat de vrouw van de krantenwinkel sinds de morgen van de vondst spoorloos was. Dat Lisette volgens haar man bij haar zuster was die hulp nodig had. Maar tegen iemand anders had hij gezegd dat ze er een paar daagjes tussenuit was. En dat het vreemd was dat ze die morgen nog naar Eva, haar dochter had gebeld, terwijl ze de vorige avond voor het laatst gezien was. Ze vertelde Bastiaens over hun speurtocht en over hun spionnen. Na wat aandringen vertelde ze ook over haar uitstapje naar het kapsalon van Ginette.

Bastiaens grinnikte. ‘Jij hebt een heel leger gemobiliseerd om de dame op te sporen!’ zei hij. Maar de inspecteur had niet alleen geluisterd, hij had ook genoteerd. Hij wist dat Isa een pientere geest had en dat ze niet uit was op spectakel of aandacht. Haar verleden als advokate sijpelde nu door in haar dagelijkse pogingen om het mysterie van de man in het bloemenperk op te lossen. Maar wat ze net vertelde over de zus van de krantendame was interessant.
‘Vind u het erg als ik wat inlichtingen inwin?’
Isa vond het helemaal niet erg. Ze vond het schitterend. In ieder geval zou hij een aantal dingen kunnen nagaan als politieman waar zij geen toegang toe had. Ze verbrak de verbinding en wachtte op de dingen die gingen komen. En dat was sneller dan verwacht.

Een paar dagen later zat Isa met een handwerkje op de schoot naar het nieuws te kijken. Niet dat het haar echt interesseerde. De politieke troebelen bleven dezelfde, ongeacht welke kleur er aan zet was. De strijd in het Midden Oosten bleef ook hetzelfde, daar veranderden alleen de namen van de groeperingen. Taliban, ISIS, IS, Hamas en zo verder. Het nieuws kabbelde op de achtergrond voorbij. Er was een nieuw geneesmiddel uitgevonden, het warme en droge weer was een probleem voor de boeren, aan zee liepen dit jaar minder kinderen verloren…
Ze concentreerde zich op haar handwerkje toen ze plots de naam van haar dorp hoorde noemen. Toen ze opkeek zag ze nog net een beeld van het krantenwinkeltje van Lisette en Louis. Ze liet haar haakwerk vallen en luisterde aandachtig.
“De politie deed deze avond een huiszoeking in de Princessenstraat. De eigenaresse van de krantenwinkel is sinds enkele dagen vermist. De man van de uitbaatster werd meegenomen voor verhoor.”

Op het scherm was een foto van Lisette te zien. De foto was blijkbaar al een paar jaar oud want de jurk die ze droeg was al een tijdje uit de mode. De foto verdween uit het beeld en plots rinkelde haar GSM. Op het scherm zag ze het nummer van Trude.
‘Heb je het nieuws gezien?’ Trude hijgde alsof ze een marathon had gelopen. ‘Heb je gezien dat ze Louis hebben meegenomen?’
Isa was ook geschrokken van het nieuws, maar hield zich goed in de hand. ‘Ik heb het gezien ja. De politie vond haar verdwijning blijkbaar belangrijk genoeg om actie te ondernemen.’
‘Maar denk je dat Louis er iets mee te maken heeft? Het is nu wel geen vriendelijke man, maar je vrouw laten verdwijnen is toch nog iets anders, hé’
‘Uhu’ Isa leek met haar gedachten ergens anders. Iets aan het opsporingsbericht had een lichtpuntje doen afgaan in haar hersenen, maar nog voor ze had kunnen zeggen daar het over ging, was het lichtje alweer gedoofd. Dit was net zoiets als op de dag dat ze de man tussen haar bloemen had gevonden. Iemand had iets gezegd maar ze wist niet meer wat. Ze begon te vrezen dat dementie stilaan haar intrede deed en daar was ze zeer beducht voor.
Ze praatte nog even en Trude en besloot om naar bed te gaan. Om één of andere manier voelde ze zich niet in haar sas en dan kon ze maar beter proberen te slapen.

Wordt vervolgd ...